Er schiet een ongecontroleerde schokbeweging door de beklemde jonge kerel. Ze pakt de injectiespuit uit haar borstzakje en wringt haar schouder tussen de voorstoelen van de verongelukte auto om een zware pijnstiller in zijn infuus te spuiten. Ter controle van haar klinische blik kijkt ze met een schuin oog naar de mobiele monitor, waarop de vitale functies van het slachtoffer in gekleurde lijntjes voorbijglijden. De bloeddruk zakt gestaag en zijn ademhaling wordt moeizamer. Ze checkt of het zuurstofkapje goed zit, puur om iets te kunnen doen.
Het kabaal van de knip- en snijapparatuur maakt een gesproken boodschap zinloos, dus ze gebaart naar de politieagent dat hij moet knijpen in de infuuszak die hij hooghoudt. Meer vocht. Elke druppel zal nodig zijn als tegendruk van de beklemming wegvalt.

Ze speurt door haar wimpers naar de bestuurder van de andere auto, ontfermt iemand zich al over hem? Het felle licht rondom het wrak hindert haar zicht, maar maakt het werk van de samendrommende brandweerlieden mogelijk. De flikkering van blauwe zwaailichten leidt haar ogen naar het zilverfolie-dekentje rond de schouders van de man verderop. Hij staat volkomen roerloos en klemt zich met beide handen vast aan het laagje metaalstof alsof het beschermt tegen meer dan onderkoeling. Er was geen tijd voor hem toen ze arriveerde. Hij was er te goed aan toe vergeleken met de jongens in dit voertuig.

Een nieuwe pijnscheut vlakbij trekt haar terug naar haar taak. De jonge knaap verkrampt zo heftig dat hij zonder nekkraag van alles zou breken. Hoewel zijn ogen wijd open staan, draaien de pupillen weg en lijkt hij blind voor de werkelijkheid. Ze legt haar hand op zijn schouder. Alsof dat enige troost kan bieden. Hij vormt grommende, gepijnigde klanken die nauwelijks menselijk klinken en ondanks de herrie buiten de auto hoorbaar zijn.
“Schiet op. Ik raak hem kwijt!” roept ze via het gat van het verwijderde dak naar de mannen aan de buitenzijde van de auto. Ze wijst nadrukkelijk naar de monitor.
“Paar seconden!”
Met een laatste geluidsexplosie komt het vervormde portier los. Zodra de snijmachine wordt uitgeschakeld is de intense stilte bijna tastbaar. Ze voelt tegelijk haar eigen adrenaline pieken. Een collega laat van bovenaf de wervelplank naar binnen glijden terwijl zij de passagiersstoel achterover draait. Met een paar man trekken ze de jongen vlug, routineus en uiterst zorgvuldig, opwaarts op de plank en fixeren hem. Nu er niets aan zijn lichaam kan bewegen is het tijd om met weldoordachte passen naar de ambulance te lopen.

De lijkbleke knaap raakt bewusteloos voordat de deuren dichtgaan.
Ze knipt zijn kleding aan stukken terwijl de motor wordt gestart en de sirene begint te loeien. Een pulserende fontein van helderrood bloed besproeit de wanden. De metalige geur is zo doordringend dat ze het op haar tong proeft.
“Druk dat been af, hij bloedt onder je handen dood,” gebiedt ze haar collega terwijl zij systematisch het onderzoek vervolgt.